• MFC

Gepokt en gemazeld als bestuurder


Mark Aalders is penningmeester van MFC De Wijert. Maar ook van drie andere organisaties. “Maar ik kan niet boekhouden”, zegt hij. Hij moet erom lachen en vertelt dat hij het technische boekhoudwerk uitbesteedt aan een boekhoudkantoor, vrijwilligers of anderen. “Daarom kan ik het ook volhouden” zegt hij. Begrijpelijk dat hij dat zegt want hij doet dit naast een volle baan (manager bedrijfsvoering bij de RUG) en zit in het bestuur van in totaal zeven organisaties.







Een familietrekje

Nadat ik hem bedankt heb omdat hij tijd vond voor dit interview vraag ik eerst naar het hoe en het waarom. Over het waarom van de 20 tot 25 uur per week die hij besteedt aan zijn besturen zegt hij: “Omdat ik het leuk vind en er zit ook iets in van ‘ik vind dat ik op aarde ben om iets te doen voor de maatschappij”. Het is een familietrekje; zijn grootouders zetten zich ook al in voor de maatschappij. “Het geeft voldoening en je ontmoet leuke mensen”. Hij vindt het team waarin hij werkt wel belangrijk. ”Mensen met wie je na afloop van de vergadering nog een biertje kan drinken.”


Géén Netflix

Hoe hij het voor elkaar krijgt om naast een volle baan nog zoveel vrijwilligerswerk te doen, daarover kan hij kort zijn: “ik heb nog nooit naar Netflix gekeken, televisie kijken doe ik ook maar zo nu en dan” (Hij kijkt graag naar ‘Wie is de mol’) en hij gebruikt zijn smartphone ook heel weinig. “Alles gaat per mail.”


Wèl zeven functies

Hij is penningmeester van MFC de Wijert, van tennisvereniging GLTB, van de SGSB (deze draagt zorg voor het beheer van 15 buurtcentra/speeltuinen in de stad) en het Rode Kruis district Groningen, verder is hij algemeen bestuurslid van Stichting Scouting de Zwervers en Stichting De Ommelander Markt en ook nog voorzitter van zorgboerderij De Weide Blik.


Vrijwilligersgroningen.nl

“Ik had eigenlijk op willen houden bij nummer zes, maar ja toen kwam de Ommelander Markt langs. Erg leuk.” De zorgboerderij is de kleinste stichting onder zijn beheer, hoe kwam hij daar zo bij? “Die heb ik via vrijwilligersgroningen.nl gevonden, daar blader ik zo nu en dan door heen. De zorg is een tak van sport die ik nog niet kende, het leek me leuk dus ik stuurde een briefje. Het is de enige functie waarvoor ik gesolliciteerd heb.” De twee dames van de zorgboerderij zijn blij met hem.


De begroting en jaarrekening

Mark is dus een penningmeester die niet hoeft te boekhouden. “Wat ik wel doe is finance, ik maak een begroting en de jaarrekening, ik fiatteer de salarisbatches (bij SGBS gaat dat om grote bedragen). Ik heb de bankpasjes. Vastgoed, gebouwen zit ook in mijn portefeuille.” Vanwege de vele gebouwen die hij beheert houdt hij zich ook bezig met vergroening. Voor grote klussen als zonnepanelen op een dak zoekt hij contact met een adviseur of koepelorganisaties. Hij wil wel kwijt dat hij qua duurzaamheid en vergroening de regie en het initiatief mist van de gemeente.


Regeldruk van de overheid

Hij doet het met plezier, maar zegt ook: “Waar ik me godsgruwelijk aan erger is de regeldruk van de overheid. De UBO voegt niets toe en de criminelen pak je er toch niet mee, want die hebben er een stroman tussen zitten. Wij hebben veel last van de AVG en met de WBTR hetzelfde verhaal. Is het echt nodig? In de statuten staat al wat je doel is, dat besluiten gemeenschappelijk genomen moeten worden en je opdrachten niet aan je zwager mag gunnen. Dit was pre-WBTR ook al behoorlijk bestuur. De WBTR scheert iedereen over dezelfde kam, maar Iedereen voelt aan dat een sportvereniging met 150 leden hier een vrijstelling van zou moeten hebben of een lichte toets. En voor de kleinere verenigingen zou er een UBO-light moeten komen.” Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering vind hij niet nodig. “Als er sprake is van wanbestuur dan keert zo’n verzekering niet uit. Dus wat heb je eraan.” Vanwege zijn bemoeienis met de zorgboerderij komt hij in de zorg dezelfde regeldruk tegen. Een regeldruk vanuit wat hij noemt ‘het wantrouwen richting de burger’.


Het 4-ogen principe

Mark vertelt dat hij een mailwisseling met de Rabobank heeft gehad om het 4-ogen principe (een van de regels van de WBTR) te regelen, wat overigens niet gelukt is. Hij wilde een limiet instellen van wat hij als Penningmeester in z’n eentje mocht overmaken, boven die limiet moet een ander bestuurslid meekijken; het vier ogen principe dus. De Rabobank stelt die limiet bij 50.000 en Mark wilde die limiet liefst al bij 5000 instellen. “De banken zijn niet ingesteld op WBTR regels.” Hier heeft hij dus flink veel tijd in moeten steken.


Nog meer kritiek

En hij heeft meer kritiek: “Stel dat vanaf 5000 euro iemand mee moet kijken met betalingen. Wat let mij om tien keer 4999 naar mijzelf over te maken? Ze kijken naar de betaallimiet terwijl ze moeten kijken naar de limiet per ontvanger per dag. Die limiet zou niet gebaseerd moeten zijn op een bedrag maar op een ontvanger.“


Alles op orde?

Voor wat betreft de regelingen heeft hij alles op orde. Overal zijn kascommissies, ALV’s, jaarrekeningen die ingediend moeten worden. Behalve voor de kantine van de tennisvereniging, een aparte stichting waar hij ook in het bestuur zit, (zijn achtste functie dus):“Hier vind geen directe verantwoording plaats naar leden ofzo, maar alles zit bij een boekhoudkantoor, dus laat verder maar.”


De toekomst

“Ik probeer mijn functie zo goed mogelijk overdraagbaar te maken. Daarvoor maak ik draaiboeken. Ik praat en vertel wat ik doe en hoe dat precies gaat en iemand anders schrijft dat op. Daar komt alles in: hoe organiseer ik een toernooi of een event, waar vraag ik een vergunning aan, met een link erbij enzovoort. Een stagiair heeft dat voor mij allemaal op papier gezet. Iedere bestuurder zou zo’n draaiboek moeten maken èn bijhouden.” Hij zoekt via de vacaturebank van link050.nl naar nieuwe bestuursleden. Het is moeilijker nieuwe bestuursleden te vinden, vindt ook hij. “Ik ben wel bang binnen een aantal van mijn besturen, dat als ik er mee stop de vereniging of stichting een groot probleem heeft.” Dat is zeker slecht nieuws.


Tekst gepubliceerd op link050.nl : Jeanet Verveer foto: Mark Aalders